
Na een kwartier wachten op de ziekenhuisapotheker in zijn kantoor, zwaait de deur open en die gaat met een knal weer dicht. “Jullie zullen wel blij zijn”!, briest hij en voegt er aan toe, “Jullie kunnen een grote bestelling verwachten”. Het is meteen helder dat de geplande contractonderhandelingen op later tijdstip plaats vinden. “Wat is er aan de hand”? informeer ik. Gretig beantwoord hij mijn vragen en loodst mij van verbazing naar verbijstering.
De commotie is ontstaan over een patiënt die in zijn ziekenhuis is opgenomen met de diagnose diep veneuze trombose(DVT). Juist deze dag staat de operatie op het programma voor onderbeenamputatie. In het weekend heeft de patiënt een emotioneel appèl gedaan op de chirurg om alles, maar dan ook alles in het werk te stellen, om de verminkende ingreep te voorkomen. Daarop heeft de arts hoge doses trombolyticum toegediend, dat tegen de verwachting in, wonderwel bleek te werken. De stolsels lossen op, de operatie is afgezegd. Iedereen blij zou je zeggen, maar toch niet deze apotheker. Als hij er achter komt dat zijn apotheek is geplunderd(zijn woorden), zonder overleg, wordt hij witheet.
Dit speelt zich af midden jaren negentig, als apothekers de rol van budgethouder voor farmaceutica zijn toebedeeld. De medicijnen die bij voorkeur worden voorgeschreven worden opgenomen in formularia. Omdat apothekers een hoge vorm van dienstbaarheid betrachten met het leveren van producten, wordt de nieuwe rol over het algemeen in goed overleg met behandelaren en directie ingevuld. Uitzonderingen daargelaten.
In dit ziekenhuis was sprake van oplopende budgetoverschrijding voor geneesmiddelen. Behandelingen buiten het gebruikelijke, zouden uitsluitend na overleg worden ingesteld. De dienstdoende arts, die een sleutel van de apotheek heeft, handelt naar wijsheid zonder overleg. Aan de patiënt is voor 12.000 gulden trombolytica toegediend van het merk, geleverd door het bedrijf dat ik vertegenwoordigde.
Als een ware Raspoetin(bezeten monnik) gaat de apotheker op zoek naar “de dader” en geeft hem te verstaan, dat als nog 1 keer producten uit de apotheek worden gehaald, dit onherroepelijk zal leiden tot ontslag. Dat gaat hij hoogstpersoonlijk regelen.
Hij is nog steeds in alle staten. Twaalfduizend gulden!! Zonder overleg! Ik vraag hem of hij toestemming zou hebben gegeven. “Natuurlijk niet! daar is toch helemaal geen budget voor”. Op mijn verzoek vertelt hij dat de patiënt een man is van begin 40, vader van een jong gezin en ondernemer. Gezien het fantastische resultaat ga ik geestdriftig op zoek naar invalshoeken die zijn zicht op de situatie zouden kunnen veranderen.
de patiënt, het moet voor hem een ongelofelijke opluchting zijn. Het huiveringwekkende antwoord: “we kunnen toch niet in iedere patiënt voor 12.000 gulden medicijnen laten lopen!”.
de arts, de behandelaar heeft ten volle zijn eed waar gemaakt. "Het zal hem een zorg zijn".
het ziekenhuis, dit is goed voor de reputatie want er is groot lijden voorkomen, geweldige PR. "Mij een zorg".
de maatschappij, voor het grote plaatje is dit erg positief want geen langjarige uitkeringen en gehandicapten voorzieningen ten laste van de samenleving: “Dat zal mij een zorg zijn! Ik wordt afgerekend op dit budget”.
Er viel geen eer te behalen. Blinde bezuinigingswoede, geen compassie; geen relativering. Deze aimabele man, ik kende hem al een aantal jaren, is als budgetbeheerder veranderd in een monster. Tijd voor afscheid.
Deze verbijsterende ervaring staat niet op zichzelf, ik was al vaker stijl achterover geslagen. Die dag heb ik besloten om dit verhaal ooit op te schrijven. Toen wist ik nog niet wat ik in de 30 jaar daarna nog allemaal ging tegenkomen.
Het meest gebruikte zinnetje van de apotheker is altijd blijven hangen: “Mij een zorg”
Posts









