
Er was eens… een koning met een klein koninkrijk aan de Noordzee. In de laatste eeuw was de macht van de monarchie afgebrokkeld en het leek verdomme wel alsof het volk de baas was. Wanhopig probeerde de koning zich aan te passen. Hij vierde oranjefeestjes met dwaas uitgedoste onderdanen, die infantiele spelletjes he-le-maal geweldig vonden. Vooral op zijn verjaardag moest hij openbaar, de diepste vernederingen ondergaan. Maar er gloorde licht aan het eind van de tunnel. De kroon weet uit overlevering, dat oorlog een einde kan maken aan een akelig tijdperk. Want hé, van wie is dit land nu eigenlijk? Tussen de tanks liet hij zich filmen en riep zijn volk op, om zich tot de tanden te bewapenen.
De geschiedenis had geleerd dat het volk zich eenvoudig liet misleiden als ze maar bang genoeg (gemaakt) zijn voor een vijand. De koninklijke adviseurs putten niet uit een breed arsenaal van mogelijkheden. Tweespalt, verdeel en heers! De kunst was, dat de boodschap effectief terecht zou komen bij de doelgroep. Hoe beter dat lukte, hoe meer bereidheid om geld af te staan. De vervolgstap was de argelozen te laten zeggen dat ze voor de vrijheid hun leven wilden geven. “Het is mijn oorlog en ik ben SNEU-velbereid!” “Sterven voor volk en vaderland: dat is vrijheid!”
Het project verliep volgens plan. Gretig werd de welvaart ingeleverd voor het produceren van bommen en granaten, tanks en vliegtuigen, drones en cyberwapens. Want hoe meer wapens, hoe meer vrede! Alle leiders zeiden dat en het stond ook in alle kranten. Mocht dat zo geweest zijn, dan zouden de kerkhoven niet vol liggen met lijken maar met het verroeste metaal, van ongebruikte wapens. Wist het volk veel, zij waren al 80 jaar vrij. Als zij dat vierden riepen ze in koor: “opdat wij niet vergeten”, maar de oorlog was voor hen slechts een zwart/wit bioscoopfilm.
De elitaire belanghebbenden wisten donders goed; we zijn precies 1 oorlog verwijderd van terug-naar-feodaal. De koning onderhield contact met de voormalige HOFNAR, die inmiddels een nieuwe baan had. Mark lachte minder voor de camera’s, want hij moest gevechtskracht uitstralen. Hij had het ideale profiel voor die baan want zijn Engels was niet al te best, net als zijn geheugen. Er werd gezocht naar iemand die niet wist wat “NOT one inch to the east” betekende en/of in staat zou zijn om die betekenis te vergeten. Daarnaast moest een conflict langdurig in stand gehouden worden want bij snelle oplossingen kan polarisatie geen wortel schieten. Dat beloofde de grijnzende Hofnar en hij ging dit gave spel tot in de finesse uit te voeren.
Ook de HELD van de Koning trad in het voetlicht. Tijdens het voorlezen van een opstel door Brekelmans, wilden 2 demonstranten een punt maken door een doek uit te rollen. Van de zenuwen lukte dat blijkbaar niet. Ze hadden geen wapens, het zag er niet gevaarlijk uit maar Marco Kroon was er als de kippen bij, om een demonstrant te grazen te nemen. Hij viel de slungel in de rug aan(…) en werkte hem tegen de grond. De politie schoot toe. Kroon hing zijn medailles recht en ging snel weer in het gelid zitten, om van de minister van oorlog te horen wanneer het vechten zou beginnen.
Boze sprookjes lopen nooit goed af.
Posts









