
‘What’s in a name?’ Als de eerste lettergreep van je achternaam grap is, dan zal dat aandacht trekken, als je je voorstelt. Kleine grap wordt grote grap, Grappy voor vrienden. Hij is in goeden doen, presteert naar vermogen, schopt het tot jurist en op enig moment krijgt hij de eervolle taak om als minister, het nationale recht te dienen. Vrouwe Justitia wordt ruw door haar dienaar verkracht, als een virus uitbreekt. Basisrechten, vastgelegd in de grondwet, worden opgeschort en het parlement wordt gepasseerd. Collega ministers kunnen, zonder enig juridisch weerwoord, de wet met voeten treden. Wetenschappelijke adviezen worden gemanipuleerd en vertaalt naar repressieve maatregelen.
Voor de beeldvorming springt de minister zelf op de fiets om op straat de sociale afstand te controleren. In zijn onmacht verliest hij zich in schelden. Te weinig afstand: ASO’s! Gezagsdragers met kritische vragen: soepjurkjes! Zelfbenoemde dictators zien steevast dezelfde valkuil voor zich opdoemen. Strenge regels en stevig handhaven maar in eigen kring wordt er op los geknuffeld, zo blijkt uit de foto’s van zijn huwelijk. Wetten zijn er immers voor het volk. De media hadden maandenlang precies gedaan wat van ze verwacht werd, dus het circuleren van de confronterende trouwreportage moet een nare verrassing zijn geweest.
Het huwelijk Grapperhaus/Wytzes is het vleesgeworden bewijs dat de politiek met de pers in bed lag. Liesbeth Wytzes was columnist voor Elsevier Weekblad. Haar over het algemeen fijnbesnaarde bijdrage, werd in crisistijd helaas beïnvloed door de tunnelvisie van haar man. Ergens was het ze gegund, om op hun feest uitbundig de liefde te vieren, Ferd innig gearmd met zijn schoonmoeder. In het benauwende virusnarratief stond dat gelijk aan een moordaanslag op haar leven. Als een farizeeër voldeed hij het bedrag van de boete voor het oog van de camera’s, maar de oplettende Nederlander had iets anders gezien. De minister van justitie weet verdomd goed dat het virus niet erg gevaarlijk is.
Op weg naar de parlementaire enquête commissie, moet het Grapperhaus dun door de broek zijn gelopen. Reeds bij de eed begon het gesnotter. Pure angst voor doorsnijdende vragen en harde oordelen. De ondervragers, ze keken wel streng, maar het kwam niet verder dan wìe nou precies de besluiten had genomen. Van de vele draaien-om-hete-brij-antwoorden werd niemand wijzer. Daarna volgden foei-vraagjes over foute woordkeuze in appjes.
Deze inhoudsloze enquête toont diepe minachting voor het electoraat en als het iets heeft blootgelegd, dan is het wel dat de hoofdrolspelers schijt hebben, aan het door hen misleidde volk. Weerzinwekkend dedain, fouten erkennen, nou ja, details misschien, maar op hoofdlijnen zouden het precies weer zo doen.
Toen bleek dat van een Fauci-roast geen sprake was en Ferd niets te vrezen had van het softe clubje, maakten de tranen plaats voor een vileine lach. Onbesproken blijven de bij het vuil gezette grondrechten. Geen vragen over de door hem persoonlijk afgegeven snoeiharde geweldsinstructie, mits de demonstrant tegen virusmaatregelen was. Niets over de conclusies in het mondiale rapport van Amnesty International, waarin is vastgesteld dat de Nederlandse overheid de handhaving tijdens de coronapandemie heeft misbruikt als dekmantel, voor het inzetten van buitensporig geweld tegen demonstranten en het schenden van mensenrechten. En de rechterlijke macht, bezag dit alles zwijgend.
Grapperhaus, met zijn geschoren schedel en zonder intellectueel brilletje, is welhaast een volmaakt karikatuur van een beul. En beulen dienen te worden voorgeleid, bij het Internationaal Gerechtshof. Geen grap.
Posts









